MENU
Water geven

Water geven!

 

Zonder water geen planten, want om te kunnen groeien en bloeien hebben planten met enige regelmaat water nodig. Onderstaand een aantal richtlijnen voor het water geven;

 

Vaste planten

Gebruik bij vaste planten een sproeier die u minimaal één uur op dezelfde plek laat staan. De grond bij de wortels moet goed nat worden. Sproei steeds bij aanhoudende droogte. Geef pas ingeplante exemplaren de eerste weken voldoende water om ze goed te laten bewortelen. Sproei met een fijne straal. ’s Avonds sproeien spaart water (minder verdamping), maar kan ook de kans op schimmelaantastingen vergroten, doordat het blad langer nat blijft. Gebruik bij enkele planten een gieter. Moet u vaak en veel water geven, dan is een tuinslang met verplaatsbare sproeier of zelfs een vakkundig aangelegd (automatisch) vast watergeefsysteem met sproeiers en vernevelaars ideaal.

 

Gazon

De eerste paar weken na het zoden leggen zal de sproeier twee á drie keer per dag moeten werken. Wacht bij zonnig weer niet tot het avond is. Het gras heeft dit vocht hard nodig zolang de graswortels hun werk nog voldoende kunnen doen. Zeker in de felle zon. ’s Nachts verdrogen zoden niet. Na vier tot zes weken zijn zoden vastgegroeid en is er minder kans op uitdrogen. Bij een automatisch watergeefstysteem zijn pop-up sproeiers in het gazon een ideale oplossing. Deze komen door de waterdruk omhoog als ze moeten werken en zakken daarna weer tot onder het maaiveld terug. Let op dat u na het sproeien niet meteen het gras betreedt. Zeker in het begin zakt u weg met uw schoenen.

 

Heesters

Solitaire (alleenstaande) struiken kunt u apart met een slang water bij de wortels geven. Maak een kuiltje of cirkelvormig geultje in de grond boven de wortels, zodat het water daar in de grond zakt en niet wegloopt. De bodem is een soort spons. Om die goed nat te krijgen, moet er veel water worden toegevoegd. De grond moet tot bij de wortels nat zijn. Op het blad water geven heeft minder effect, omdat de bladkroon als paraplu boven de wortels werkt. Veel water loopt langs de buitenkant van de kroon weg, waardoor de wortels eronder minder water krijgen. Tijdens langdurige droge periodes dient u altijd extra water te geven. De grond bij de wortels moet altijd minimaal iets vochtig blijven. Op grofkorrelige zandgrond zult u eerder en vaker moeten sproeien dan op zwaardere grondsoorten.

 

Bomen

Vaak is er tijdens het planten bij de wortels van een boom een pijpje of drainageslang aangebracht dat iets uit de grond omhoog steekt. Dat is bedoeld om water in te geiten dat op die manier direct bij de wortels terecht komt met een minimaal verdampingsverlies. Veel bomen zijn grote drinkers. In warme dagen gaan er soms tientallen liters doorheen (wordt verdampt via het blad). Vooral onder coniferen is een druppelsysteem ideaal om water te geven.

 

Hagen

Zorg dat de haag na aanplant voortdurend over voldoende vocht beschikt. Een druppelleiding onder de haag is ideaal. Zet die eenmaal per week aan, in de zomer na aanplant eenmaal per twee weken en in het najaar nog eenmaal per maand. Na dat eerste jaar zullen de planten voldoende ‘gesetteld’ zijn om het zelfstandig te redden. Tijdens langdurige droge perioden dient u natuurlijk wel water te geven. Maak ook het blad tijdens droge, winderige dagen goed nat. Niet bij felle zon sproeien. Let op dat u niet gaat overdrijven. Controleer het zelf met een spade of schop. De grond mag vochtig zijn, maar niet nat. Er mag dus geen water in de sleuf staan!

 

Eenjarige planten

Geef tijdens warm, droog weer uw planten in de potterie iedere dag water. Wanneer dat precies is, kunt u zelf constateren. Steek het eerste kootje van uw pink in de (pot)grond. Als het droog aanvoelt, moet u water geven. Zorg dat de potten en bakken waar de planten instaan, goed gedraineerd zijn. Een teveel aan water moet snel weg kunnen lopen. Nieuwe potten hebben vaak geen gaten aan de onder- of zijkant. Maar die moeten dan wel aangebracht worden. Wat hydrokorrels of potscherven versnellen het doorstromen bij teveel aan water.

 

Klimplanten

Klimplanten moeten vaak in de vrij droge strook grond voor een muur of schutting groeien. Goed water geven is dus uiterst belangrijk. Zorg dat de grond bij de wortels niet uitdroogt.

 

 

Terug naar het overzicht